spacer
Info BoekLeerplatformMeetinstrument Resultaten!Workshops Resultaten!Methode Resultaten!  
AuteurManagementromanInhoudstafelInleiding romanHandleiding werkboekCommentarenPersBestellen  
Managementles in verhaal gegoten

De Tijd - 02/28/2005



Managementles in verhaal gegoten

(tijd) - De Boeken ‘Resultaten!’ en ‘Er is altijd werk aan de top’ dragen op hun kaft het labeltje ‘managementroman’. De auteurs ervan, Marcel Van der Avert en Filip Lowette, zijn bij de eersten die zich in ons taalgebied aan het genre wagen. Krijgen zij navolging? Wellicht. Pogen straks alle managementboeken de theorie en de methodes in een herkenbaar verhaal te gieten? Hoogwaarschijnlijk niet.

‘We schrokken van het scherpe geluid van de fietsbel. We stapten snel opzij voor twee mannen met een veelkleurige sportieve outfit op stoere mountainbikes, die met hoge snelheid op het kronkelige pad rond het meer verder reden.’ Bij de eerste zinnen kan het nog alle kanten uit, maar al op de eerste pagina van Marcel Van der Averts managementroman ‘Resultaten! Hoe een betere samenwerking leidt tot meer productiviteit, betrokkenheid en winst’ duiken woorden op als aandeelhouders, kwartaalcijfers en financiële rapportering. ‘Er is altijd werk aan de top’ van Filip Lowette valt meteen met de deur in huis: ‘Na afloop van de zoveelste gespannen vergadering van de raad van bestuur van HydroValves Group had Frans impulsief de afslag Leuven genomen. Hij was niet meteen doorgereden naar huis in Brussel. Hij wilde alleen zijn en alles op en rijtje zetten.’

Al snel wordt de lezer duidelijk dat een managementroman weliswaar de inzichten verpakt in een fictief maar realistisch verhaal over een bedrijf en de leiding ervan, maar nog steeds meer managementboek is dan roman in de literaire zin van het woord. De auteurs schrijven verhalen over veranderingen en verbeteringen in verzonnen ondernemingen, gebaseerd op hun ervaringen als consultant. Telkens worden in de hoofdrol directeurs opgevoerd die op een probleem zijn gebotst en hulp van buitenaf inroepen om bijvoorbeeld het directieteam te herschikken of beter te laten samenwerken. Die buitenstaander-consultant begeleidt de directeurs in hun zoektocht, onder meer door gesprekken te sturen. Hoewel de gevoelens waarmee de hoofdrolspelers worstelen ook aan bod komen, gaan er nog steeds grote happen tekst naar de verduidelijking van het veranderingsproces, bijvoorbeeld in de mond gelegd van de consultant-figuur.

‘IN EEN VERHAAL MET MENSEN van vlees en bloed probeer ik zichtbaar te maken hoe je al dat onderhuidse, de emoties en de verborgen weerstanden, bovenhaalt. Bovendien ben ik de traditionele ‘how-to’-boeken wat beu. Ze raken me niet. Als je een verhaal vertelt blijft de boodschap beter ‘plakken’.’


Toevallig

Het verhaal is vooral een middel om gemakkelijker bij zijn lezer door te dringen, vertelt Filip Lowette. ‘De keuze voor die vorm is er toevallig gekomen. Ruim vijf jaar geleden zei een opdrachtgever me dat ik consultancyopdrachten anders dan anderen aanpakte, en dat ik een manier moest zoeken om dat aan mogelijke klanten te laten weten. Nadat ik enkele jaren strategieën had helpen uittekenen was ik me meer gaan richten op datgene waardoor de uitvoering van de strategische plannen toch weer blokkeert: allerlei veeleer emotionele aspecten die onder de tafel blijven hangen. Ik begon met voor mezelf eens het proces neer te schrijven hoe je bijvoorbeeld verborgen weerstanden of onuitgesproken wrevel over iemands stijl boven water haalt.’

De verhalende vorm volgde daar vrij vanzelfsprekend uit. Lowette: ‘Een directie goed als team laten functioneren vergt een subtiele aanpak en invoelingsvermogen die moeilijk te veralgemenen zijn tot drie standaardregeltjes. Elke situatie is, ondanks parallellen weer anders. In een verhaal met mensen van vlees probeer ik zichtbaar te maken hoe je al dat onderhuidse, de emoties en de verborgen weerstanden, bovenhaalt. Bovendien ben ik de traditionele ‘how-to’-boeken wat beu. Ze raken me niet. Als je een verhaal vertelt blijft de boodschap beter ‘plakken’. Aan de reacties merk ik dat de beoogde herkenbaarheid aanslaat: ’Het lijkt wel alsof het over ons, over onze fusie, onze bedrijfscultuur gaat’, vertellen mensen me. Vaak is het één persoon uit een team die een van de verhalen voor ogen krijgt, en door de herkenning denkt dat zijn of haar bedrijf aan een soortgelijke oplossing toe is’.

Lowette gaf al drie boekjes in eigen beheer uit, waarvan hij telkens een 400 exemplaren aan bekenden stuurde en zowat 600 naar potentiële klanten. Uitgever Matthias Lannoo was telkens een van hen. Toen er een vierde boekje aankwam, zag hij er wel brood in de uitgave over te nemen. Hij stelde voor de bestaande delen te bundelen en er het nieuwe aan toe te voegen. Ook ‘Resultaten!’ van Marcel Van der Avert verscheen bij Lannoo.

‘Onze eerste overweging om eens enkele managementromans van eigen bodem uit te brengen, was dat we zoeken naar innovatie, naar een nieuwe formule om managementinformatie bij een iets breder publiek ingang te doen vinden’, vertelt Lieven Sercu, de directeur van Lannoo Uitgeverij. ‘Het vertrouwde lezerspubliek voor managementboeken bestaat uit leidinggevenden of mensen met ambitie daartoe. Wij proberen nieuwe concepten uit om aan zulke mensen met erg weinig tijd dat soort vakliteratuur aantrekkelijker en toegankelijker te presenteren. Al moet ik toegeven dat een deel van hen liever vasthoudt aan zo compact mogelijk geformuleerde inhoud. Een bijkomende reden is dat het de kunst is je in de veelheid van managementliteratuur te onderscheiden van de ‘grijze presentaties’.

Daarnaast hoopt de uitgever een wat ruimere doelgroep aan te spreken, al moet dat niet overschat worden. Het grote publiek een beeld geven van wat ondernemen inhoudt en misschien zelfs hier en daar iemand tot ondernemerschap aanzetten zoals in de fictieserie als ‘De kinderen van Dewindt’ of reality shows als ‘Succes in 100 dagen’ beogen, is hier niet de bedoeling. Sercu: ’Als nieuwe doelgroepen denken we aan mensen uit het middenkader die nog niet vertrouwd zijn met managementboeken of denken dat de klassieke managementliteratuur te hoog gegrepen is, of aan wie bijvoorbeeld op vakantie nog wel iets stevigs wil dat toch wat prettiger leest. Maar in het label ‘managementroman’ blijft het deel ‘management’ het belangrijkst. De ‘roman’ is slechts het vehikel om het wat lichter verteerbaar te maken, zonder literaire ambities. Bij Lowette is het strikt genomen een bundel van aparte stukken, maar elke uitgever zal je kunnen vertellen dat iets met ‘verhalenbundel’ op de kaft echt niet verkoopt.’

De managementromans liggen wel in de reguliere boekhandel, maar Sercu verwacht ze net als de traditionelere managementboeken vooral via andere kanalen te verkopen: ‘De lezers van zulke boeken lopen niet zo gauw een boekhandel binnen op zoek daarnaar. We moeten langs andere wegen bekendmaken dat er nieuwe publicaties zijn en uiteraard speelt het internet daarin een belangrijke rol: mail-nieuwsbrieven, internetboekhandels, managementsites.’ Een uitzondering vormen de Dilbert-strips, die gags plaatsen in een bedrijfsomgeving. Sercu: ‘Die vallen in onze organisatie weliswaar onder de businessboeken maar vormen toch een ander genre. Ze zijn op een heel andere doelgroep gericht: jonger, en vooral uit de ICT-, consulting- of andere dienstensectoren? Voor hen zijn die grapjes zeer herkenbaar. Van de Dilberts verkopen we wel 95 percent via de reguliere boekhandel.’

‘Er is altijd werk aan de top’ werd voorzichtig uitgebracht op 1.500 exemplaren, van ‘Resultaten!’ dat al wat langer op de markt is, zijn intussen 4.500 stuks verkocht. ‘Daar zijn we zeer gelukkig mee’, meldt Sercu.

Dat het boek in managementliteratuurnormen zo goed scoort, schrijft hij ten dele toe aan de toegankelijkere vorm. ‘Maar de auteur heeft ook echt iets te vertellen en is zeer actief in training en consulting, waardoor hij al wat beter bekend is bij die iets ruimere doelgroep die we willen bereiken.’

Is het dan al bij al niet verbazend dat Nederlandstalige management auteurs zich niet al vroeger tot de romanvorm bekeerden – in Nederland eiste ‘Het voetstuk’ van Marcel Pieterman in 2003 de eer op de eerste te zijn? Een van de typevoorbeelden, ‘The Goal’ van Eli Goldratt, dateert al van 1984, en kende een enorm succes. ‘En toch kreeg dat ook in het Angelsaksische gebied niet veel navolging’, zegt Sercu. Hij houdt de Engels-, Frans- en Duitstalige markt in de gaten om eventueel vertalingen uit te brengen – in het Frans of Duits kwam hij nog geen managementromans tegen. Ook professor Marc Buelens (Vlerick Leuven Gent Management School en UGent), die opvolgt wat er in de managementliteratuur gepubliceerd wordt, kent er maar heel weinig. Je kan de échte managementromans volgens hem op de vingers van één hand tellen. Parabels als ‘Who Moved My Cheese’ van Stephen Johnson en Kenneth H. Blanchard of de ‘fish’-reeks van Stephen C. Lundin, Harry Paul en John Christensen vindt hij getuigen van enige verkleutering en rekent hij niet tot het genre.

Zo immens populair is de managementroman dus niet? ‘Het geeft aan dat het een moeilijke formule is, niet door elke auteur te hanteren’, zegt Sercu. De auteur moet al van goeden huize zijn om pakweg een spannende triller te schrijven en daar bovendien nog een zinnige managementboodschap in te verwerken. Sercu: ‘Ook de opdeling van de uitgeverswereld speelt een rol: managementboeken verschijnen internationaal vaak bij uitgevers die enkel vakliteratuur uitbrengen voor een professionele markt. Zij staan ver van de uitgeverij van romans, en staan niet open voor een cross-overvorm die elementen van beide combineert.’ Wie spreekt van een waar fenomeen in de markt ‘heeft zich laten misleiden door enkele spectaculaire voorbeelden’ meent Buelens. ‘Dat is zoals denken dat het Vlaamse lied opnieuw in is omdat K3 zoveel succes heeft.’

Erika Racquet

De TIJD

MENS & BEDRIJF

Maandag 28 februari 2005





'Een zeer toegankelijk managementboek dat resultaatgericht management koppelt aan people management, een ook bij de overheid te weinig gelegd verband. Theoretische concepten worden toegelicht met uit de praktijk gegrepen voorbeelden. Een aanrader om op een vlotte manier managementconcepten op te frissen.'

Leo Victor
Secretaris-Generaal

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap